Het Malieveld, gisteren.
Ik heb alleen maar snippers gezien van de anti-lockdown demonstratie op het malieveld. (De hedendaagse politiek probeer ik de laatste dagen een beetje te ontlopen. De intensiteit van de emoties staat me tegen).
Maar wat me opviel:
Bij het NOS journaal: oudere vrouwen, vaak dorpse middenklasse. Niet rijk, comfortabel en vooral: heel, heel erg tevreden in de eigen bubbel. De comfort van het Nederlandse platteland: genoeg voorzieningen, alles bereikbaar met de auto, bestaanszekerheid, televisiekijken, iedereen is het met elkaar eens.
Maar op twitter zag ik beelden van rechts extremisme. Mannen die over het Malieveld marcheren en roepen: 'Wij zijn Nederland!'
Ik dacht:
Het lijkt me duidelijk dat de Malieveldbijeenkomst gelezen moet worden als reactie op de Black Lives Matter demonstraties - of liever Nederlandse BLM zoals het verscheen op teevee voor de mensen uit de dorpen.
Op de vraag 'waarom staan jullie hier?' reageerde een Malieveldbetoger bij het NOS-journaal met: 'Wij staan hier vanwege ons recht om te demonstreren. Als zij dat mogen, dan mogen wij dat ook.'
(En ook Wilders stelde vanochtend de kamer de vraag: waarom mag BLM wel, en anti-Lockdown niet?)
"Wij zijn Nederland," dat was de boodschap. En wij zijn de dorpen waar de blokkeerfriezen opgroeien.
Zij, dat zijn niet eens zozeer de Surinamers (ook, ook) maar vooral progressief randstedelijk links dat bepaalt wat gezegd 'mag' worden. 'Zij,' dat is vooral Femke Halsema.
Dit is, natuurlijk, oude koek, maar wat deze specifieke (en deels toevallige) articulatie van BLM + antilockdowngevoels laat zien is dat niet alleen de progressieve ideologie (van wat bloggend rechts (Moldbug, Land) 'the Cathedral' noemt) gezien wordt als die van De Stad, maar dat ook het repressieve staatsapparaat (waaronder in NL de politie) ervaren wordt als stedelijk.
Zoals Foucault (en Nick Land) al stelden (zie mijn oudere blogs), de verzameling staatsapparaten (waaronder de politie) zijn ontstaan om epidemie-uitbraken in stedelijke gebieden te beteugelen. Op het platteland zijn ze altijd gezien als vreemd.
Deze apparaten zijn, zoals Foucault stelde, vooral isolerend, segmenterend. Oude tribale vormen worden opgeknipt in aaneengeregen individuen.
Niet alleen de repressieve maatregelen maar ook de bijhorende ideologie (individualisme, maar ook: multiculturele tolerantie) wordt op het platteland gezien als stedelijk, decadent, vervreemd, moralistisch (deugend). En een beetje begrijpelijk is dit wel. In het dorp is geen noodzaak tot anti-racisme want de zgn deugd van tolerantie is niet verbonden met een reeks gedragsregels die een noodzaak hebben (want waarom zou je je niet in racistisch plezier mogen wentelen in je volledig witte dorp in een van de noordelijke provincies? Wie heeft hier last van?)
Anti-racisme is een 'deugd,' een opgelegde moraal die van buitenaf komt en niet organisch verbonden is met de leefregels van een gemeenschap. En daarom is het (natuurlijk) loei-irritant.
En op dezelfde manier zijn de extreme lockdown-maatregelen ook niet nodig in Friesland, Drenthe en Groningen. Daar waren en zijn de besmettingen laag, de afstanden groot en de buitenlucht nog steeds fris.
Het antilockdownprotest is in zijn iconografie ook niet voor niets een bijna karikaturaal vertoon van plattelandsheid. Het roept herinneringen op aan het boerenprotest (trekkers op het malieveld) dat zo succesvol was dat nu ander groot boerendorpsgareel ook naar Den Haag wordt gesleept: kermis-attracties, touring cars, etc. En dat is niet alleen in NL zo, ook in de VS zijn de anti-lockdown-manifestaties, vooral ook vertoningen van boersheid (pick up truck, matje, pet, camouflage kleding, volautomatische vuurwapens).
Het is zo langzamerhand een dooddoener in de Cultural Studies dat racisme eigenlijk wijst op spanningen tussen klassen . In multiculturele samenlevingen wordt klasse geleefd als ras.
Dat klopt, maar het huidige anti-anti racisme verschilt van het 'gewone' racisme' van structuur. Racistische uitingen zijn niet meer direct (we hebben het niet meer over Fanon's 'look, mum, a negro') maar ze zijn indirect en bemiddeld. Racisme heeft de vorm aangenomen van expliciete, kinderachtig provocerende racistische grappen (Johan Derksen, Hans Teeuwen) die alleen werken omdat er een (gefantaseerde) derde persoon is die er niet om kan lachen. En deze derde persoon is de mythische humorloze progressieveling (want dat is altijd het verwijt: links zou humorloos zijn). De zwarte pieten hysteria, en de Halsema-haat is geen onbemiddeld racisme, het richt zich niet zozeer op niet-blanken. (Sterker nog, ik kan me voorstellen dat zowel Johan Derksen en Hans Teeuwen als elke blokkeerfries bevriend is met een Marrokaan). Anti-anti racisme is namelijk geadresseerd aan de progressieve klasse. Het is een driehoeksrelatie.
De betoging op het Malieveld liet zien dat onder deze driehoeksrelatie een strijd ligt tussen stad en platteland.
Voor de stedelijke elite (waaronder ik) is het verschil tussen stad en platteland misschien het aller- aller- allersaaiste verschil dat er is. (Stad vs platteland, ... gaaaaaap...). Schrijvers, journalisten, academici en intellectuelen (die vaak gedreven zijn door een verlangen om hun eigen dorpse achtergrond te ontkomen (ik ook)) kijken liever naar ras, naar gender - en, verdomd, zelfs naar klasse. M.a.w. het zijn stedelijke sociale verschillen die ons boeien. (Dit zijn immers progressieve verschillen: de stad is de motor van de modernisering).
Maar in NL is het vooral dorpse rancune die de politiek drijft. Het dominante onderscheid is niet meer ideologisch (liberaal-confessioneel-socialistisch), en ook niet economisch (arbeid vs kapitaal) maar het is dorp (PVV, FvD, CDA) vs stad (GL, D66). (Vandaar dat in Brabant het CDA ook zo makkelijk met FvD door de deur kan).
Vandaar dat de Amerikaanse demonstraties tegen politiegeweld, in NL uiteindelijk uitmonden in anti-politiedemonstraties van een totaal andere orde: bij ons waren het uiteindelijk tribale voetbalsupporters die vochten met de politie, neo-nazi's die scandeerden 'wij zijn Nederland), en plattelandsvrouwen die het allemaal niet nodig vinden.
Maar wat me opviel:
Bij het NOS journaal: oudere vrouwen, vaak dorpse middenklasse. Niet rijk, comfortabel en vooral: heel, heel erg tevreden in de eigen bubbel. De comfort van het Nederlandse platteland: genoeg voorzieningen, alles bereikbaar met de auto, bestaanszekerheid, televisiekijken, iedereen is het met elkaar eens.
Maar op twitter zag ik beelden van rechts extremisme. Mannen die over het Malieveld marcheren en roepen: 'Wij zijn Nederland!'
----
Ik dacht:
Het lijkt me duidelijk dat de Malieveldbijeenkomst gelezen moet worden als reactie op de Black Lives Matter demonstraties - of liever Nederlandse BLM zoals het verscheen op teevee voor de mensen uit de dorpen.
Op de vraag 'waarom staan jullie hier?' reageerde een Malieveldbetoger bij het NOS-journaal met: 'Wij staan hier vanwege ons recht om te demonstreren. Als zij dat mogen, dan mogen wij dat ook.'
(En ook Wilders stelde vanochtend de kamer de vraag: waarom mag BLM wel, en anti-Lockdown niet?)
"Wij zijn Nederland," dat was de boodschap. En wij zijn de dorpen waar de blokkeerfriezen opgroeien.
Zij, dat zijn niet eens zozeer de Surinamers (ook, ook) maar vooral progressief randstedelijk links dat bepaalt wat gezegd 'mag' worden. 'Zij,' dat is vooral Femke Halsema.
Dit is, natuurlijk, oude koek, maar wat deze specifieke (en deels toevallige) articulatie van BLM + antilockdowngevoels laat zien is dat niet alleen de progressieve ideologie (van wat bloggend rechts (Moldbug, Land) 'the Cathedral' noemt) gezien wordt als die van De Stad, maar dat ook het repressieve staatsapparaat (waaronder in NL de politie) ervaren wordt als stedelijk.
Zoals Foucault (en Nick Land) al stelden (zie mijn oudere blogs), de verzameling staatsapparaten (waaronder de politie) zijn ontstaan om epidemie-uitbraken in stedelijke gebieden te beteugelen. Op het platteland zijn ze altijd gezien als vreemd.
Deze apparaten zijn, zoals Foucault stelde, vooral isolerend, segmenterend. Oude tribale vormen worden opgeknipt in aaneengeregen individuen.
Niet alleen de repressieve maatregelen maar ook de bijhorende ideologie (individualisme, maar ook: multiculturele tolerantie) wordt op het platteland gezien als stedelijk, decadent, vervreemd, moralistisch (deugend). En een beetje begrijpelijk is dit wel. In het dorp is geen noodzaak tot anti-racisme want de zgn deugd van tolerantie is niet verbonden met een reeks gedragsregels die een noodzaak hebben (want waarom zou je je niet in racistisch plezier mogen wentelen in je volledig witte dorp in een van de noordelijke provincies? Wie heeft hier last van?)
Anti-racisme is een 'deugd,' een opgelegde moraal die van buitenaf komt en niet organisch verbonden is met de leefregels van een gemeenschap. En daarom is het (natuurlijk) loei-irritant.
En op dezelfde manier zijn de extreme lockdown-maatregelen ook niet nodig in Friesland, Drenthe en Groningen. Daar waren en zijn de besmettingen laag, de afstanden groot en de buitenlucht nog steeds fris.
Het antilockdownprotest is in zijn iconografie ook niet voor niets een bijna karikaturaal vertoon van plattelandsheid. Het roept herinneringen op aan het boerenprotest (trekkers op het malieveld) dat zo succesvol was dat nu ander groot boerendorpsgareel ook naar Den Haag wordt gesleept: kermis-attracties, touring cars, etc. En dat is niet alleen in NL zo, ook in de VS zijn de anti-lockdown-manifestaties, vooral ook vertoningen van boersheid (pick up truck, matje, pet, camouflage kleding, volautomatische vuurwapens).
---
Het is zo langzamerhand een dooddoener in de Cultural Studies dat racisme eigenlijk wijst op spanningen tussen klassen . In multiculturele samenlevingen wordt klasse geleefd als ras.
Dat klopt, maar het huidige anti-anti racisme verschilt van het 'gewone' racisme' van structuur. Racistische uitingen zijn niet meer direct (we hebben het niet meer over Fanon's 'look, mum, a negro') maar ze zijn indirect en bemiddeld. Racisme heeft de vorm aangenomen van expliciete, kinderachtig provocerende racistische grappen (Johan Derksen, Hans Teeuwen) die alleen werken omdat er een (gefantaseerde) derde persoon is die er niet om kan lachen. En deze derde persoon is de mythische humorloze progressieveling (want dat is altijd het verwijt: links zou humorloos zijn). De zwarte pieten hysteria, en de Halsema-haat is geen onbemiddeld racisme, het richt zich niet zozeer op niet-blanken. (Sterker nog, ik kan me voorstellen dat zowel Johan Derksen en Hans Teeuwen als elke blokkeerfries bevriend is met een Marrokaan). Anti-anti racisme is namelijk geadresseerd aan de progressieve klasse. Het is een driehoeksrelatie.
De betoging op het Malieveld liet zien dat onder deze driehoeksrelatie een strijd ligt tussen stad en platteland.
Voor de stedelijke elite (waaronder ik) is het verschil tussen stad en platteland misschien het aller- aller- allersaaiste verschil dat er is. (Stad vs platteland, ... gaaaaaap...). Schrijvers, journalisten, academici en intellectuelen (die vaak gedreven zijn door een verlangen om hun eigen dorpse achtergrond te ontkomen (ik ook)) kijken liever naar ras, naar gender - en, verdomd, zelfs naar klasse. M.a.w. het zijn stedelijke sociale verschillen die ons boeien. (Dit zijn immers progressieve verschillen: de stad is de motor van de modernisering).
Maar in NL is het vooral dorpse rancune die de politiek drijft. Het dominante onderscheid is niet meer ideologisch (liberaal-confessioneel-socialistisch), en ook niet economisch (arbeid vs kapitaal) maar het is dorp (PVV, FvD, CDA) vs stad (GL, D66). (Vandaar dat in Brabant het CDA ook zo makkelijk met FvD door de deur kan).
Vandaar dat de Amerikaanse demonstraties tegen politiegeweld, in NL uiteindelijk uitmonden in anti-politiedemonstraties van een totaal andere orde: bij ons waren het uiteindelijk tribale voetbalsupporters die vochten met de politie, neo-nazi's die scandeerden 'wij zijn Nederland), en plattelandsvrouwen die het allemaal niet nodig vinden.
Reacties
Een reactie posten