Lockdown-humor
Een moment van Lockdown-kluchtigheid: in Groningen (ik dacht tenminste dat het om Groningen ging) beboette een agent een groep van 14 studenten omdat ze in het park te dicht bij elkaar zaten. De studenten verdedigden zichzelf door uit te leggen dat ze bij elkaar in huis wonen en daarom als het ware een gezin vormden. Oom agent trapte daar, zoals hij zelf glunderend vertelde aan het NOS nieuws, natuurlijk niet in en slingerde de jongelui op de bon.
De grap (en cultuuranalyse is voor een groot deel grappen uitleggen) is natuurlijk dat de studenten gelijk hebben. Ze volgen niet alleen de geest van de wet (praktisch-epidemiologisch gezien kunnen ze natuurlijk net zo goed een groepsorgie houden op het gras: als ze bij elkaar in huis wonen, keuken, badkamer en wc delen, dan heeft het weinig nut om keurig anderhalve meter afstand te houden zodra ze de deur uitgaan), maar ook de letter. Een studentenhuis is tenslotte een huishouden.
Het geeft aan dat de Lockdown ons niet zozeer dwingt tot eenzaamheid. Het dwingt ons om ons terug te trekken in de nucleaire familie en om 'verwantschap' alleen te ervaren in de allerbeperkste zin van het woord. Dat is met name een probleem voor mensen die verwantschap en intimiteit in andere vormen willen beleven dan die van het traditionele gezin.
En zoals de anekdote laat zien, in Nederland zijn hier met name studenten de dupe van. 'Op kamers gaan' is nou eenmaal de korte periode in het leven waarin je geen onderdeel van een gezin bent - je zit even tussen gezinnen in- en waarin je je inschrijft in andere, grotere intieme netwerken, van studentenhuis, of dispuut tot vriendengroep of gelijkgestemde politiek activisten Het is het tijdperk van de niet-romantische intimiteit. Het is daardoor ook de periode waarin het patriarchaat (zoals Levi-Strauss / Gayle Rubin en Lacan het begrijpen) tijdelijk in suspense is.
Om een variatie te maken op Jort Kelder: we offeren niet alleen 'de economie' op om de levens van 70+ ers te redden, maar ook de zone waarin de oikos iets anders kan zijn dan het gezinshuishouden.
De grap (en cultuuranalyse is voor een groot deel grappen uitleggen) is natuurlijk dat de studenten gelijk hebben. Ze volgen niet alleen de geest van de wet (praktisch-epidemiologisch gezien kunnen ze natuurlijk net zo goed een groepsorgie houden op het gras: als ze bij elkaar in huis wonen, keuken, badkamer en wc delen, dan heeft het weinig nut om keurig anderhalve meter afstand te houden zodra ze de deur uitgaan), maar ook de letter. Een studentenhuis is tenslotte een huishouden.
Het geeft aan dat de Lockdown ons niet zozeer dwingt tot eenzaamheid. Het dwingt ons om ons terug te trekken in de nucleaire familie en om 'verwantschap' alleen te ervaren in de allerbeperkste zin van het woord. Dat is met name een probleem voor mensen die verwantschap en intimiteit in andere vormen willen beleven dan die van het traditionele gezin.
En zoals de anekdote laat zien, in Nederland zijn hier met name studenten de dupe van. 'Op kamers gaan' is nou eenmaal de korte periode in het leven waarin je geen onderdeel van een gezin bent - je zit even tussen gezinnen in- en waarin je je inschrijft in andere, grotere intieme netwerken, van studentenhuis, of dispuut tot vriendengroep of gelijkgestemde politiek activisten Het is het tijdperk van de niet-romantische intimiteit. Het is daardoor ook de periode waarin het patriarchaat (zoals Levi-Strauss / Gayle Rubin en Lacan het begrijpen) tijdelijk in suspense is.
Om een variatie te maken op Jort Kelder: we offeren niet alleen 'de economie' op om de levens van 70+ ers te redden, maar ook de zone waarin de oikos iets anders kan zijn dan het gezinshuishouden.
Reacties
Een reactie posten