Immuniteit / Groepsimmuniteit
De term 'immuniteit' reisde in de 19de eeuw van het domein van het Romeinse recht (waar het betekent 'vrijgesteld van een wettelijke of sociale verplichting') via het militaire vertoog naar de medische wereld. Zoals Donna Haraway (in 'The Biopolitics of Postmodern Bodies') stelt, de militaire, politieke en juridische connotaties van de term reisde bij deze transpositie mee. Ed Cohen stelt in zijn A Body Worth Defending (2009) zelfs (in de samenvatting van Stijn de Cauwer) dat "the fusion of the idea of legal immunity with a militaristic notion of self-defense in the biomedical sphere [is] the beginning of modern biopolitics." (In 50 Key Terms (ed De Bloois e.a.) 151).
Of (als ik het goed begrijp) de militaristische logica van 'immuniteit' bracht een fantasie van afzondering, bescherming, 'harde grenzen' etc mee. Zoals de Cauwer vervolgt: "Immunology as a medical discipline was developed in a political context [i.e. de 19de eeuw] in which there was increased anxiety about national identity, selfhood, borders, and boundaries." (152)
De 'immunologische' 'fantasie' over het beschermen van grenzen botst natuurlijk met de biologisch-medische logica van immuniteit, waarbij immuniteit niet opgebouwd wordt door 'hygiene' (afzondering, grenzen) maar juist door een minimale vorm van besmetting. (Ook Haraway wijst erop dat de biologische logica van immunology er juist een is waarbij de grens tussen organisme en omgeving diffuus is.)
M.a.w. in de term 'immuniteit' botsen twee vertogen, logica's en fantasieën die met elkaar in tegenspraak zijn: de biologische logica en militair-politiek-juridische logica.
Dezelfde spanning die verklonken ligt in de term 'immuniteit' (waarin een tegenstrijdige medische en disciplinaire logica met elkaar verknoopt zijn) keert nu terug op het niveau van de verwarring rond de aanpak van de crisis. Enerzijds zien we nu overal een terugkeer van de militair-juridisch-politieke fantasie van immuniteit (grenzen, afbakening, distancing (ramen & deuren dicht!)) die opgelegd en uitgesproken wordt door de politiek. Anderzijds is er de medisch-epidemiologische logica van het opbouwen van 'groepsimmuniteit' door gecontroleerde besmetting.
Natuurlijk, in de praktijk is er geen tegenspraak. Zoal mijn vriendin bij het RIVM me vertelde, de komende maanden zullen we 'aan de knoppen moeten draaien' waarbij we verschillende maatschappelijke deelgebieden 'open' zetten zodat het virus er zich een beetje in kan verspreidden, maar op gecontroleerde wijze. Dit kan alleen als de rest potdicht blijft.
Maar op fantasmatisch niveau gaan de twee niet samen. De totale mobilisatie van de natie (grenzen dicht), het gezin (poort blijft gesloten) en het individuele lichaam (anderhalve meter!) brengt een fantasie van ondoordringbaarheid met zich mee waar je je slecht los van maakt als je je er eenmaal in hebt vastgebeten.
(Ergo, de verbetenheid waarin enkele 'gedisciplineerden' op straat jongeren (altijd jongeren) oproepen tot 'anderhalve meter!!')
Vandaar, de totale, bijna wanhopige verwarring toen Rutte het woord 'groepsimmuniteit' in de mond nam, en de roep om discipline die daarop volgde.
Het was alsof ons opeens het kleine beetje surplus-plezier - het plezier van isolatie & ondoordringbaarheid - ons werd afgenomen.
Of (als ik het goed begrijp) de militaristische logica van 'immuniteit' bracht een fantasie van afzondering, bescherming, 'harde grenzen' etc mee. Zoals de Cauwer vervolgt: "Immunology as a medical discipline was developed in a political context [i.e. de 19de eeuw] in which there was increased anxiety about national identity, selfhood, borders, and boundaries." (152)
De 'immunologische' 'fantasie' over het beschermen van grenzen botst natuurlijk met de biologisch-medische logica van immuniteit, waarbij immuniteit niet opgebouwd wordt door 'hygiene' (afzondering, grenzen) maar juist door een minimale vorm van besmetting. (Ook Haraway wijst erop dat de biologische logica van immunology er juist een is waarbij de grens tussen organisme en omgeving diffuus is.)
M.a.w. in de term 'immuniteit' botsen twee vertogen, logica's en fantasieën die met elkaar in tegenspraak zijn: de biologische logica en militair-politiek-juridische logica.
Dezelfde spanning die verklonken ligt in de term 'immuniteit' (waarin een tegenstrijdige medische en disciplinaire logica met elkaar verknoopt zijn) keert nu terug op het niveau van de verwarring rond de aanpak van de crisis. Enerzijds zien we nu overal een terugkeer van de militair-juridisch-politieke fantasie van immuniteit (grenzen, afbakening, distancing (ramen & deuren dicht!)) die opgelegd en uitgesproken wordt door de politiek. Anderzijds is er de medisch-epidemiologische logica van het opbouwen van 'groepsimmuniteit' door gecontroleerde besmetting.
Natuurlijk, in de praktijk is er geen tegenspraak. Zoal mijn vriendin bij het RIVM me vertelde, de komende maanden zullen we 'aan de knoppen moeten draaien' waarbij we verschillende maatschappelijke deelgebieden 'open' zetten zodat het virus er zich een beetje in kan verspreidden, maar op gecontroleerde wijze. Dit kan alleen als de rest potdicht blijft.
Maar op fantasmatisch niveau gaan de twee niet samen. De totale mobilisatie van de natie (grenzen dicht), het gezin (poort blijft gesloten) en het individuele lichaam (anderhalve meter!) brengt een fantasie van ondoordringbaarheid met zich mee waar je je slecht los van maakt als je je er eenmaal in hebt vastgebeten.
(Ergo, de verbetenheid waarin enkele 'gedisciplineerden' op straat jongeren (altijd jongeren) oproepen tot 'anderhalve meter!!')
Vandaar, de totale, bijna wanhopige verwarring toen Rutte het woord 'groepsimmuniteit' in de mond nam, en de roep om discipline die daarop volgde.
Het was alsof ons opeens het kleine beetje surplus-plezier - het plezier van isolatie & ondoordringbaarheid - ons werd afgenomen.
Reacties
Een reactie posten