Carnophallogocentrisme

De overgang van een disciplinaire naar een controle maatschappij, die al jaren aan de gang is maar in een stroomversnelling terecht is gekomen door de coronacrisis  betekent een crisis rond de figuur / het personage van de specialist.

De kwestie van de verhouding tussen de 'specialist' en 'de politicus' speelde de afgelopen jaren vooral een rol in discussies over economie, bijvoorbeeld in het Brexit-debat (dat in de UK in de laatst jaren alleen maar een discussie over geld was, en wel in zijn meest stupide vorm (wat levert ons het meest op)), waar het de vraag was of we moeten luisteren naar specialisten?

Maar nu overal in Europa de vraag van de 'exit strategie' prangend wordt - m.a.w. nu de vraag niet meer is, hoe beschermen we ons tegen een acute uitbraak, maar hoe richten we onze samenleving langdurig in (m.a.w. nu de vraag ook een politieke vraag is geworden) is de eerste vraag die steeds gesteld wordt: wie neemt er zitting in de raden die de overheid gaan adviseren, de zogenaamde 'outbreak teams'? En wat is de rol van de niet-specialisten in dergelijke team? 

De afgelopen dagen hoorde ik overal - in de talloze, deprimerend saaie talkshows op TV, op BNR Radio, in de NRC - de terugkerende gedachte dat er naast de modelleur ook andere niet-specialisten bij de besluitvorming betrokken moeten zijn.  De een pleit voor het toevoegen 'generalisten,' aan het team, de ander voor vormgevers en architecten. Een derde suggereert 'creatieven.'

Deze drie personages' (de generalist, de creatieveling, de Architect) worden steeds gecontrasteerd met de modelleur (de specialist). Deze drie figuren spreken nu tot de verbeelding, denk ik, omdat het figuren zijn die staan voor de creatieve (en soevereine) beslissing. Waar de modelleur rekent, en kansberekent op basis van data en modellen, daar is de 'creatieveling' (in ieder geval volgens de doxa) bij uitstek het personage dat in staat is om out of the box te denken. De 'creatieveling' belichaamt daardoor de fantasie van de soevereine, onberekenbare beslissing.

De roep hierom is groot omdat een bestuur-via-cybernetica (dat noodzakelijk is om een virus te beheersen) in strijd is met de oude politiek die (volgens Schmitt & Derrida) draait om de mystiek van de (soevereine) beslissing.  Controleren is micro-management: optimaliseren, fine-tunen, uitrekenen, modelleren. Het draait niet om keuze's. Het mist de dramatiek van de Maatregel, de Verklaring.

Dat is ook een probleem voor de media. We missen daardoor de dramatiek van de Soevereine Keuze. In een burgerlijk land als Nederland is dat nog niet eens zo'n probleem. Rutte staat keurig naast de specialist op persconferenties en kan het zich veroorloven om te zeggen: ik vaar op het advies van de modelleur.

In andere landen zien we dat soevereiniteit ostentatief getoond wordt in scenes die overduidelijk iets komisch hebben gekregen (zoals in het (nu helaas stopgezette) spektakel van Donald Trump die zichzelf in persconferenties wil tonen als dokter des vaderlands),  of iets treurigs (zie de retoriek van oorlog en mobilisatie van Macron) of pathologisch (het gedoe rond het arme zieke en dikke lichaam van Boris Johnson.)

CNN stelde een tijdje terug de vraag waarom landen die geleid worden door vrouwen het zoveel beter lijken te doen dan landen met een mannelijk staatshoofd (genoemd werden Duitsland, Nieuw-Zeeland).

Mijn gut feeling zegt me: iets met carnophallogocentrisme.





Reacties

Populaire posts van deze blog

Gedragswetenschappen

Zizek / Zonnebaden / Dode Tijd

Nudge, Nudge. Wink, Wink.